dinsdag, juli 24, 2007

Excelleren belonen ?!


Telegraaf 24 juli 2007

woensdag, juli 18, 2007

Diplomering Creatieve Therapie

We kunnen trots zijn op al die geslaagden van onze opleiding CHN-Creatieve Therapie.
Alle afgestudeerden: gefeliciteerd en succes in je verdere loopbaan. Het CT-team: gelukgewenst met zo'n mooi geslaagd cohort!


dinsdag, juli 17, 2007

Vakantie@CHN




En toch is periode vijf in volle gang . . . . . . .

maandag, juli 16, 2007

Something to think about during OUR holiday . . . . . . .

Poverty never takes a holiday.

zondag, juli 15, 2007

Diplomering Opleiding Leraren Basisonderwijs (PABO)




Groot feest: de diplomering van onze Opleiding Leraren Basisonderwijs (Pabo) in Leeuwarden! We zijn heel erg trots op deze nieuwe knappe koppen die van onze CHN komen.
Alle meer dan 70 geslaagden: van harte gefeliciteerd en succes met de verdere loopbaan!
OLB-team: gefeliciteerd met deze moooie groep afgestudeerden!

Study for a researchers career


Konstantin is a part-time Master student at CHN University Leeuwarden. He talks about his study and his objectives, planning a career as a researcher in the fields of service management.

woensdag, juli 11, 2007

http://www.10thingstodo.nl

CHN haalt NHL in, Van Hall Larenstein krijgt klappen

De vooraanmeldingscijfers van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden zijn op dit moment iets hoger dan een jaar geleden: 1,563, een stijging van ruim 3,5 procent. Buurman Christelijke Hogeschool Nederland telt op peildatum 6 juli precies 1,400 aanmeldingen (+ 15%) en nadert daarmee het aantal eerstejaars van de NHL. Als de cijfers van CHN fusiepartner Hogeschool Drenthe (510: + 18%) worden meegeteld, is de NHL ruim ingehaald. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van het Centraal Bureau Aanmelding en Plaatsing (CBAP).

NHL-opleidingen die het goed doen, zijn onder andere Communication & Multimedia Design en Pedagogiek. De opleiding Maritiem Officier ziet het aantal eerstejaars met meer dan de helft slinken. Voor de drie masteropleidingen van de NHL - wiskunde, Engels en pedagogiek - hebben zich in totaal 22 studenten aangemeld.

De derde Leeuwarder hogeschool, Van Hall Larenstein, krijgt zware klappen. Liep het aantal eerstejaars vorig jaar al terug, dit jaar staat de groene hogeschool al ruim 13 procent in de min. Op dit moment telt het Van Hall 300 aanmeldingen, 46 minder dan vorig jaar.

De hogescholen in Groningen en Zwolle zien het aantal aanmeldingen flink oplopen. De Hanzehogeschool telt ruim 4600 aanmeldingen (+ 8%), Windesheim ruim 3400 (+ 12%). Landelijk hebben op dit moment bijna 80.000 aankomende eerstejaars zich aangemeld voor een hogere beroepsopleiding. Dat is een stijging van 7,25% ten opzichte van een jaar geleden.

Bron: NHL Magazine

Onderzoek naar onderzoek.



In de CHN zijn we hard bezig onderzoek beterte positioneren, ook in de curricula. De dean van onze opleiding Leisure Management (Vrijetijdsmanagement) heeft het initiatief genomen om goed op een rijtje te zetten wat we in de bachelorsopleiding moeten laten leren en oefenen met onderzoek en onderzoeksvaardigheden. ISM en de School of Graduate Studies (SGS, natuurlijke partners als onderzoekspartners, zijn hier ook bij betrokken. Het zijn interessante en goede gesprekken met dean Ann en Anne Klaas, Johan en Albert!

Discussie contacturen.


Het Aob-blad meldt:
Zelfstudie vaak belangrijker dan contacturen

Minister Plasterk van Onderwijs gaat scholen aanpakken die te weinig begeleide onderwijstijd (in de volksmond: contacturen) op het programma hebben staan. Adriaan Hofman, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt het onzin dat er daarbij een norm wordt gehanteerd voor verschillende onderwijstypen en leerlingen. Zelfstudie is soms veel belangrijker dan een uur in de les of collegezaal.

Iedereen roept maar dat het aantal contacturen omhoog moet, van het voortgezet onderwijs tot aan de universiteit. Maar daarbij worden allerlei onderwijstypen en typen studenten op een hoop gegooid. Dat is niet terecht, want een vmbo-er heeft meer begeleiding en contact nodig dan een vwo-er. Adriaan Hofman, hoogleraar Onderzoek van het hoger onderwijs aan de Rijksuniversiteit Groningen, is niet te spreken over het gekrakeel over het lage aantal contacturen, of liever: de begeleide onderwijstijd, in het onderwijs.

Folkert Sonsma is leaving CHN.


As per 1 September Folkert Sonsma has accepted a new position as the Director for Education and Development (Directeur Onderwijs en Ontwikkeling) at the Alfa College, the Christian Regional Training Center for the northern and eastern Netherlands.

Folkert, throughout his various duties, has been of great significance for the CHN: In the development of the quality (KMP), educational vision,
and strategy (De CHN Waardevol Ondernemend, among others), as well as in the management - Dean M&M (Social Work and Arts Therapies)
and Opleiding Leraar Basis Onderwijs (Teacher Training for Primary Education), among others -.
For this, we are very appreciative and owe him much gratitude. The time and date of the official farewell remain to be announced.

We sincerely congratulate him on his appointment and wish him much success in this new chapter of his career!

Executive Board,

Robert Veenstra,
Klaas-Wybo van der Hoek

dinsdag, juli 10, 2007

Rollen omgedraaid.




Razende reporters, zoals Atze Jan de Vries en Jan Dijksma van de Leeuwarder Courant, hebben tot taak nieuws te vergaren en daarom onder andere ook ons regelmatig te ondervragen. Zo bouw je in de loop der jaren dan een band op met een journalist. Het leek ons daarom gepast aandacht te besteden aan het vertrek van Atze Jan de Vries als onderwijsverslaggever van de Leeuwarder Courant. Wij boden hem en zijn opvolger een businesslunch in Wyswert aan.
Atze Jan hebben we leren kennen als een goed en integer journalist, natuurlijk nieuwsgierig speurend naar primeurs, maar ook goed zijn bronnen verifi-erend. Atze Jan is gepromoveerd tot parlementair redacteur van diezelfde Leeuwarder Courant in Den Haag.

Ter gelegenheid van zijn afscheid heeft Klaas Wybo als oud-journalist de rollen omgedraaid: KW stelt de vragen en Atze Jan en Jan hebben maar te antwoorden. Het is een eerbewijs aan goede journalistiek.

Atze Jan heeft in de afgelopen zeven-en-half jaar als redacteur onderwijs veel ontwikkelingen in onderwijsinstellingen van nabij kunnen waarnemen en analyseren. Het meest opmerkelijke van de afgelopen tijd?
De fusie van de CHN met Hogeschool Drenthe. Ik vond deze voorgenomen fusie niet zo passen bij de ideeen die ik over de CHN had: ik had gedacht dat de CHN eerder voor de wereld zou kiezen dan voor de provincie. Bij de uitleg van Robert Veenstra dat het een niet in strijd is met het ander, knikken de persmannen toch instemmend. Veenstra: Hogeschool Drenthe heeft voor ons een strategische positie naar de wereld. Drenthe heeft al vele buitenlandse studenten, procentueel zelfs meer dan de CHN. Onze partner doet het heel goed op de Duitse markt.

Als zijn meest spraakmakende werk van de afgelopen periode ziet Atze Jan zijn analyse van de markt in de provincie Friesland. De Vries: Met collega Peter Grondsma heb ik toen het netwerk ontrafeld waarin de 55 machtigste Friezen zitten. Wij hebben eerst een grote lijst opgesteld op grond van een eigen analyse en talloze gesprekken. Vervolgens hebben we de lijst voorgelegd aan de betrokkenen die hun eigen ranking mochten maken. Al die lijstjes hebben geleid tot onze lijst. Deze publicatie heeft heel wat losgemaakt en duidelijk gemaakt. Het was razend interessant en leerzaam om te doen. Er stonden overigens heel weinig onderwijsmensen, laat staan mensen uit het Hoger Onderwijs op de lijst van 55.

De pers heeft de laatste tijd niet erg haar best gedaan om het onderwijs een goed imago te bezorgen. Atze Jan enigszins verontwaardigd: Krijgen de media weer de schuld, mijnheer de bestuurder! Ik zie het onderwijs als een fleurige sector waarin ontzettend veel leuke dingen gebeuren. Ik heb heel evenwichtig bericht over deze sector. Natuurlijk worden scherpe berichten uitvergroot en blijven deze langer hangen. Dat geldt overal, ook voor onderwijs. Jan Dijksma lost Atze Jan af, maar hij is ook al eerder als onderwijsredacteur actief geweest. Hij valt zijn collega bij: Ik heb een serie gemaakt met het goede nieuws uit het VMBO. Dat schooltype kampt toch met een slecht imago, maar daar gebeuren voornamelijk fantastische dingen. Daar heb ik uitvoerig over bericht. Dat blijft blijkbaar niet hangen.
De berichtgeving voor het Friesland College dan? De Vries: Ik geloof dat het onderwijs op het Friesland College niet slechter is dan elders in het MBO. Aan de incidenten, vooral in Heerenveen, moest de pers aandacht besteden. Er was wel wat aan de hand. Dat is onze taak: we moeten het nieuws brengen. Bovendien heeft
- vind ik- het Friesland College het brengen van het minder goede nieuws niet goed geregisseerd. Ouders en leerlingen hadden serieuze klachten.

Jan Dijksma is van plan het journalistieke beleid op het gebied van het onderwijs in de Leeuwarder Courant voort te zetten. Atze Jan zal het onderwijs in Friesland missen, maar verheugt zich zichtbaar op het Haagse. De Vries:De CHN is toch op haar manier een smaakmaker.

Atze Jan: dank voor de goede contacten. Veel succes en plezier in je nieuwe functie! Jan: veel plezier en succes met en in het onderwijs!

maandag, juli 09, 2007

4th Supervisory Board meeting CRU Thailand




This week we had our 4th Supervisory Board meeting in Thailand. Many challenges with great growth figures for the new academic year.

zondag, juli 08, 2007

BEWEGINGEN IN DE HOSPITALITY BRANCHE


De Volkskrant publiceerde de volgende rapportage, waarin onze IHM-alumnus Roberto Payer (GM Hilton Amsterdam)een bijdrage levert:
Een opkoopfonds als grootste hotelexploitant ter wereld
Van verslaggever Geert Dekker

Het Ritz-Carlton aan het Rode Plein in Moskou opende afgelopen week zijn poorten. De minimumprijs voor een kamer: 1.036 Amerikaanse dollar. Kamers met uitzicht op het Kremlin moeten het drie- of viervoudige opbrengen. Kwestie van vraag en aanbod, zegt een woordvoerder van Marriott, de eigenaar van Ritz-Carlton. Luxe hotelkamers zijn niet aan te slepen in steden als Moskou, Bombay en Shanghai. Een zakenman die komt onderhandelen over een deal van een paar miljard wil iets anders dan een hotelkamer waar hij tijdens het tandenpoetsen zijn knie stoot tegen de rand van het bad.

Grote kamers, grote badkamers, meer luxe, dat is de trend, zegt Marcel van Aelst, algemeen manager van Okura Hotel Amsterdam. Een woordvoerder van Koninklijk Horeca Nederland: Mensen zijn inmiddels thuis veel luxe gewend en willen tijdens hun verblijf elders graag het thuisniveau overstijgen.

Die trend, op de golven van een wereldwijd aanhoudende economische groei, doet de luxe-hotelbranche floreren. De opbrengsten per kamer stijgen sinds 2002 jaarlijks met ongeveer 10 procent. De beurskoersen van de twee grootste ketens, Marriott en Hilton, zijn sinds eind 2002 verdrievoudigd.

Combineer die voorspoed met de immense populariteit van gebouwen als beleggingsobject, en de transactie van 26 miljard dollar die het opkoopfonds Blackstone woensdag aankondigde (de koop van Hilton) is wat minder verbazingwekkend. Private equity-huizen weten door de overvloed aan geld die beleggers hun toevertrouwen nauwelijks meer waar ze het kwijt moeten, en wat is er dan mooier dan een redelijk veilige belegging in stenen, met bovendien een stabiele inkomstenstroom uit de hotelexploitatie?

Maar dit is niet een typische vastgoedtransactie, zegt Roberto Payer, algemeen manager van Hilton Amsterdam. Veel vastgoed van Hilton was al in handen van anderen, zoals ook Hilton Amsterdam.
Blackstone neemt het hele bedrijf over en voegt het samen met de keten La Quinta, waarin de afgelopen drie jaar een miljard dollar is geinvesteerd. Hilton had al diverse andere hotelmerken in huis: onder meer Waldorf Astoria, Conrad, Doubletree en Hampton. Veel hotels werken op basis van franchisecontracten: de formule wordt gehuurd.

Payer vindt het een fantastische transactie en zegt trots te zijn dat hij nu deel uitmaakt van de grootste hotelketen ter wereld.

Voor Hilton Amsterdam verandert in principe niet veel, aldus Payer. De investeringsplannen van Hilton Internationaal zijn vooral gericht op China (binnenkort worden daar zes hotels geopend), terwijl in Europa de aandacht vooral is gericht op Italie, Spanje en Oost-Europa.

Blackstone zegt niet van plan te zijn vastgoed te gaan verkopen. Van grootschalige sale and leaseback-voordelen zal dan ook geen sprake zijn. Dergelijke constructies stuwden vorig jaar veel overnamen van hotels en hotelketens. Zo verkocht Intercontinental onder meer het Amstel Hotel aan een vastgoedfonds van de zakenbank Morgan Stanley. De exploitatie bleef gewoon in handen van Intercontinental, dat voortaan huur betaalt aan eigenaar Morgan Stanley.

Volgens Marcel van Aelst van Okura (tevens voorzitter van het overleg van 22 luxe hotels in Amsterdam) heeft een dergelijke opzet hooguit het nadeel dat het wellicht wat meer moeite kost de eigenaar te verleiden tot grote investeringen in het gebouw. Okura heeft alleen met zichzelf te maken, zegt hij. Wij hebben de afgelopen jaren 40 miljoen euro ge-investeerd in het hotel. Toen wij onze kamers wilden verbouwen, hoefden wij alleen toestemming te vragen aan onszelf. De verbouwingen in het Okura volgen helemaal de trend naar groter en luxueuzer. Van elke drie kamers maken we er twee: van de tussenliggende kamer worden twee badkamers gemaakt. Toen ik hier begon, hadden we 411 kamers, nu nog 301. Voor de meest luxe suite, The Suite, zijn twee etages ingeruimd.

zaterdag, juli 07, 2007

Eindelijk, daar komt ie . . . . . . . . .


(Prof. Dr. Martin Gertler in zijn nieuwe boot)

Hij werkte al een half jaar voor ons maar nu is Martin toch echt bij ons in dienst en woont hij ook nog in het Friese.
Martin; hartelijk welkom en veel succes met het uitbouwen van onze academische positie.

Afscheid van Henry Beenen


Henry Beenen presenteert zijn afscheidskado aan ons, Klaas Wybo ontvangt: een schilderwerk van zijn dochter Kim (7).
Henry: veel dank voor je inzet en succes en sterkte in de dingen die je nu moet oppakken!

CAO-AKKOORD.


PERSBERICHT
Dit is een gezamenlijk persbericht van de HBO-raad, Algemene Onderwijsbond (AOb), CNV Onderwijs, ABVAKABO FNV en UNIENFTO/CMHF

Den Haag, 6 juli 2007

Onderhandelaars van vakbonden en werkgevers sluiten cao-akkoord.

13e maand en forse scholingsimpuls voor personeel hogescholen
De onderhandelaars van werkgevers en vakbonden in het hoger beroepsonderwijs (hbo) hebben gisteren een akkoord bereikt over een nieuwe cao met een looptijd tot 1 augustus 2010. Daarin is onder andere een volledige dertiende maand in 2009 opgenomen. Daarnaast gaan de lonen in de komende drie jaar omhoog met 5,6%. Tezamen leidt dit in drie jaar tot een salarisverhoging van 11,9%.

Om meer ruimte te geven aan de professionele ontwikkeling hebben partijen afgesproken dat de huidige regelingen voor werktijdvermindering vervangen worden door een afspraak die de werknemer een vrije keuze laat tussen werktijdvermindering en investeren in de eigen ontwikkeling. Daarvoor komt per formatieplaats 1500 uur beschikbaar en wordt het budget voor ontwikkeling verhoogd met 25 miljoen euro per jaar. Werkgevers en werknemers willen bovendien zoveel mogelijk medewerkers behouden voor de sector. Daarom willen zij de komende jaren de nadruk leggen op stimuleren en activeren in plaats van uitkeren.

Afscheid van Misja Hoebe


Misja Hoebe gaat zich geheel wijden aan zijn eigen bedrijf Curverider: producent van sociale software. Hij wil het zo gemakkelijk mogelijk maken dat mensen elkaar (virtueel) ontmoeten.
Misja: bedankt voor je werk in onze CHN en veel succes!

HET AKKOORD VAN SCHOKLAND.


De HBO-Raad meldt:
Tijdens manifestie Akkoord van Schokland ondertekenden
Onderwijs- en ontwikkelingspartijen de intentieverklaring beroepsonderwijs in ontwikkelingslanden.

Honderden bedrijven, organisaties en Nederlanders plaatsten hun handtekening onder het Akkoord van Schokland. Hierin staat hoe zij een concrete bijdrage leveren aan de Millennium Ontwikkelingsdoelen. De HBO-raad is een van de partijen die deze steunen. Samen met een aantal andere organisaties, waaronder NUFFIC en het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, ondertekent de HBO-raad in Schokland een intentieverklaring over beroepsonderwijs in ontwikkelingslanden. Onderdeel ervan is een pilot gericht op een betere toegang tot goed beroepsonderwijs in die landen.

In de meeste ontwikkelingslanden vormt het beroepsonderwijs vooralsnog een marginale subsector. Partnerlanden leggen in hun armoedestrategie-en en donorbeleid een sterke nadruk op het basis- en universitair onderwijs. Voor het beroepsonderwijs is weinig aandacht en budget beschikbaar. De aansluiting van het beroepsonderwijs met de arbeidsmarkt is een groot probleem en draagt onvoldoende bij aan het bestrijden van de armoede.

Gezamenlijke ondersteuning
De HBO-raad wil samen met een reeks partners komen tot een gezamelijke ondersteuning van het (non)-formele beroepsonderwijs in ontwikkelingslanden. Het betreft dan beleidsondersteuning en -be-invloeding op nationaal niveau, samenwerking tussen individuele instellingen van beroepsonderwijs voor capaciteitsopbouw en verbetering van het onderwijsaanbod. De partners in deze samenwerking zijn: International Child Support (ICS), HBO-raad, Oxfam/Novib, ICCO, Edukans, Stichting Woord en Daad, Centrum voor Innovatie van Opleidingen (CINOP), African Diaspora Policy Centerm NUFFIC, COLO, Academic Training Association (ATA), Dark & Light Blind Care en het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking.

Acht Millennium Ontwikkelingsdoelen
In 2000 hebben regeringsleiders van 189 landen, waaronder Nederland, afgesproken om voor 2015 de belangrijkste wereldproblemen aan te pakken: uitbannen extreme armoede en honger, alle jongens en meisjes naar school, dezelfde rechten voor mannen en vrouwen, afname kindersterfte, minder sterfgevallen onder vrouwen door zwangerschap, verspreiding van ziektes als aids en malaria gestopt, meer mensen leven in een duurzaam milieu en er is meer eerlijke handel, schuldenverlichting en hulp.

Student woont het ruimst in Leeuwarden


De studentenkamers in Leeuwarden zijn de grootste van Nederland. Dit blijkt uit een onderzoek van kamerwebsite www.Kamerlink.nl. Het onderzoek werd gehouden onder 1500 studenten in heel Nederland.

De gemiddelde grootte van een kamer in Leeuwarden is 27 veriante meter. Daar tegenover staat dat met een gemiddelde huurprijs van 286 euro per maand Leeuwarden in de middenmoot van dure kamers staat. Maar door de grootte is de prijs per vierkante meter wel weer het laagst.

NAAR DEN HAAG OF PARIJS?


Zeeuws meisje geen garantie voor prestatie.

IMHE-voorzitter prof. Marijk van der Wende analyseert de eloquente stilte in Nederland over de review van het tertiar onderwijs door de OESO. Ik zou meteen de telefoon hebben gepakt en gevraagd: Komen jullie naar Den Haag of zal ik naar Parijs komen? Zo is zo-n review ook bedoeld: om een beleidsdialoog te stimuleren, zegt zij tegen Neth- ER.

Het rapport gaat niet over hoger, maar over tertiair onderwijs. Wat is het verschil tussen tertiair en hoger onderwijs?
De OESO definieert tertiair onderwijs als niveau 5 en 6 van de International Standard Classification of Education. Deze door de Unesco opgestelde classificatie van opleidingniveaus is internationaal geldig. Niveau 5 is de eerste fase tertiair onderwijs en niveau 6 de tweede fase,die tot een onderzoekskwalificatie leidt. De Nederlandse definitie van hoger onderwijs valt hier mee samen. Sommige landen defini-eren hoger onderwijs wat breder en tellen een deel van de studenten van het type post-secondary education (ons MBO niveau 3 en/of 4) mee in de categorie 5b. Dat is het korte type eerste hoger onderwijskwalificatie, minimaal 2 jaar en vooral beroepsvoorbereidend van aard, die Nederland tot nu toe eigenlijk nauwelijks had. Met de invoering van de associate degree verandert dat. Oftewel, sommige landen definiëren hoger onderwijs iets breder dan tertiary education. Zo is een participatiegraad van rond of boven de 50% eerder in zicht.

Voor Nederland is de invoering van de associate degree niet alleen van belang om in de internationale vergelijking beter te scoren, maar vooral omdat het een belangrijke stepping stone is voor groepen studenten die via hun vooropleiding niet direct kwalificeren voor het hoger onderwijs. Met een instroom van 2/3 van de voortgezet onderwijsleerlingen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO) is dat voor Nederland van groot belang. Zo kan een deel van deze studenten op latere leeftijd toch nog aan het hoger onderwijs gaan deelnemen. Dat is cruciaal om de gewenste participatiegraad te kunnen realiseren.

Gegeven de ambitie om tot de top van de wereldwijde kennissamenleving te behoren, kan Nederland volstaan met het wijzigen van de randvoorwaarden voor onderwijs, onderzoek en innovatie zonder additionele middelen te investeren? Hoeveel extra geld is nodig en waar zou het vooral heen moeten gaan?
Nee, alleen het wijzigen van de randvoorwaarden is niet voldoende. Nederland moet serieus werk maken van de 3% bruto binnenlands product (BBP) doelstelling voor onderzoek en ontwikkeling (R&D) en de 2% BBP voor hoger onderwijs. De regering zegt dit ook te willen, maar gezien de daadwerkelijke investeringen (1.8% voor R&D en 1.3% voor hoger onderwijs) lijkt dit toch vooral lippendienst te zijn. De OESO erkent overigens dat Nederland in het hele systeem relatief goede onderwijsprestaties levert voor een gematigd niveau van bekostiging. Maar constateert ook dat deze value for money benadering weliswaar diepe culturele wortels heeft (kruideniers, Zeeuws meisje) maar daarmee nog geen garantie is voor optimale prestaties die de internationale concurrentie kunnen doorstaan.

Overigens gaat dit niet alleen de overheid aan. Inzake R&D blijven in Nederland vooral private investeringen achter. Het bedrijfsleven moet zich dus ook zwaarder inspannen. Tegelijkertijd moeten ook de randvoorwaarden veranderen. De OESO sluit aan bij de al vaak gehoorde oproep voor meer prestatiebekostiging, teneinde excellentie beter en meer te stimuleren. Dat geldt zowel voor onderzoek als onderwijs. Voorts merkt de OESO op, en dat is minder gehoord in het binnenlandse debat, dat er in Nederland per student in het tertiair onderwijs, ten opzichte van andere landen een relatief hoog bedrag wordt uitgegeven. De OESO is dan ook veeleer bezorgd over het relatief lage bedrag dat gaat naar de leerlingen die in het VMBO starten en niet vanzelfsprekend het hoger onderwijs bereiken. Zij hebben daartoe te weinig (doorstroom)mogelijkheden, ook op latere leeftijd, aangezien de infrastructuur voor levenlang leren in Nederland zwak ontwikkeld is.

Is in Nederland een fundamenteel debat over het gehele onderwijssysteem (inclusief het primair (PO) en het voorgezet (VO) onderwijs) nodig om de problemen in het tertiair onderwijs echt op te kunnen lossen?
Ja, eigenlijk wel. De OESO toont ook in dit rapport weer aan dat het probleem van de participatie in het hoger onderwijs een relatie heeft met de sterke selectie in het Nederlandse onderwijssysteem op 12-jarige leeftijd. Dit was overigens in verschillende OESO rapporten over het PISA ook al aangetoond. Namelijk dat Nederland weliswaar gemiddeld hoge PISA scores heeft, maar dat de hoge variatie ten opzichte van de gemiddelden meer dan in andere landen verklaard wordt door de sociaal- economische achtergrond van de leerlingen. Oftewel, ons zeer gedifferentieerde systeem van voortgezet onderwijs compenseert minder goed voor deze verschillen dan systemen in landen waar kinderen minder vroeg naar niveau worden geselecteerd. Bovendien, zo stelt de OESO, gaat het in Nederland niet alleen om selectie in de zin van differentiatie naar niveau, maar, gezien het hoge percentage allochtonen in het VMBO, in wezen ook om segregatie langs cultureel-etnische lijnen.

Dit is een heel serieus probleem en vereist dus enerzijds wel een fundamenteel debat. Anderzijds lijkt het me niet erg verstandig om dat op dit moment aan te gaan. Politiek gezien moet de lucht eerst opklaren waar het ingrijpende veranderingen in de structuur van het leerplichtig onderwijs betreft. Wellicht kan het parlementaire onderzoek daar aan bijdragen, maar ik denk dat het vooral een kwestie van tijd zal zijn.

Bovendien moeten we beseffen dat dit niet zozeer het probleem van het hoger onderwijs is, maar van de Nederlandse samenleving als geheel. Vooral met de ambitie een kennissamenleving te worden. De OESO spoort het Nederlandse hoger onderwijs dan ook sterk aan om een meer actieve rol te spelen in het integreren van minderheden. Ik ben het daar van harte mee eens. Het hoger onderwijs heeft hier een belangrijke maatschappelijke rol en kan zich niet verschuilen achter stelseldiscussies. Bovendien is er in het hoger onderwijs veel wetenschappelijke kennis over deze problematiek. Die moet in praktijk worden gebracht op basis van een breed uitgedragen missie. Wellicht raakt iedereen er op dan duur dan ook van overtuigd dat bredere stelselwijzigingen nodig zijn. Pas dan is zo’n discussie (weer) mogelijk.

Hoe kan de Nederlandse overheid haar vermogen tot sturing en langetermijnbeleid voor het tertiair onderwijs verbeteren?
De OESO is genuanceerd: van het bestuurs- en toezichtmodel van de hoger onderwijsinstellingen wordt gezegd dat het vele landen tot voorbeeld kan dienen. Ook vanuit IMHE werk op het terrein van governance kan ik dat beamen. De trend is duidelijk om tot meer externe vertegenwoordiging in en een kleinere omvang van toezichtorganen (Raad van Toezicht) te komen. Daarin loopt Nederland dus inderdaad voorop. Een ander punt is de rol van de overheid zelf. Daarover is de OESO erg kritisch. Gesteld wordt dat met name het Ministerie van OCW te reactief en niet genoeg gezaghebbend en leidend is in het debat. Een visie op de ontwikkeling van het hoger onderwijssysteem op de lange termijn zou hierin veel meer centraal moeten staan, zegt de OESO.

De rol van de overheid in de sturing van het hoger onderwijs is in veel landen sterk veranderd. Over het algemeen is er de overtuiging dat de overheid dit niet op te directe of gedetailleerde wijze kan of moet willen kunnen. De overheid, ook in Nederland, trekt zich dan ook bewust terug (sturen op afstand). Zij legt nadruk op autonomie en een toenemende rol van stakeholders (horizontale verantwoording). Tegelijkertijd zie je dat OCW op een aantal punten de zaak niet echt los kan laten en blijft micro-managen. De OESO wijst wat dit betreft op de macrodoelmatigheidstoetsing die zich slecht verhoudt met werkelijke autonomie van instellingen en met de gewenste innovatie in het aanbod. Ook op het punt van de kwaliteitszorg kan er een en ander verbeterd worden. Het accreditatiestelsel kan volgens de OESO effici-enter en transparanter worden ingericht.

Ik denk dat het vermogen tot effectieve sturing naast een lange termijn visie, ook met het vertrouwen tussen actoren te maken heeft. Als die onvoldoende is, dan heeft de overheid, mede onder druk van de publieke opinie en dus vaak op basis van politieke overwegingen de neiging toch weer te interveni-eren. Zo ontstaat geen stabiliteit en dus geen goed ontwikkelingstraject naar een zelfstandige en verantwoordelijke sector. In dat opzicht is het Engelse model te overwegen, waarbij twee agentschappen, de Higher Education Funding Council en de Quality Assurance Agency, tussen de overheid en de instellingen in fungeren en de sturing effectief vormgeven.

In hoeverre belemmert de huidige onderzoeksbekostiging (dat wil zeggen 1e, 2e en 3e geldstroom en matching in de 2e geldstroom) de flexibilisering, competitiviteit en excellentie van het Nederlandse onderzoek?
De OESO maakt op dit punt een analyse die sterk overeenkomt met een aantal rapporten (Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid, Commissie Chang) die hierover in Nederland verschenen zijn. Het deel van de onderzoeksbekostiging dat werkelijk prestatiegerelateerd is, is te laag (10%). Om meer excellentie te bevorderen moet dit omhoog. Voorgesteld wordt om daartoe geld uit de eerste geldstroom naar de tweede geldstroom over te hevelen.

Tegelijkertijd wordt de matchingsproblematiek in de tweede/ en derde geldstroom erkend. Er wordt dan ook gesteld dat er bij de overheveling uitgegaan moet worden van full cost teneinde de matchingsproblematiek op te lossen. Dat is dus het verschijnsel dat instellingen die zeer succesvol zijn in het binnenhalen van tweede en derde geldstroom dit qua matching uit de eerste geldstroom niet meer op kunnen brengen. Bij het overhevelen van gelden naar de tweede geldstroom moet er dus voor worden gezorgd dat deze een groter deel van de daadwerkelijke kosten dekken. Dat betekent dus een verhoging van het budget.

Hoe duid jij de Nederlandse reacties op het rapport tot nu toe? Kan Nederland zich onttrekken aan de politieke invloed van internationale onderwijscijfers?
De publicatie van het rapport door OCW heeft lang op zich laten wachten en ging samen met een defensieve reactie van minister Plasterk. Terwijl zo´n brede, degelijke en gezaghebbende analyse van het hele hoger onderwijs natuurlijk de beste input is die een bewindspersoon in z´n eerste honderd dagen kan krijgen, vooral als er op korte termijn een nieuw visiedocument (een soort Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan) moet worden geproduceerd. Bovendien heeft OCW de OESO hier zelf om gevraagd.

Ik zou meteen de telefoon hebben gepakt en gevraagd: Komen jullie naar Den Haag of zal ik naar Parijs komen? Zo is zo-n review ook bedoeld: om een beleidsdialoog te stimuleren. Momenteel volgen 22 andere OESO landen hetzelfde proces en dit leidt tot intensieve en constructieve beleidsdiscussies op nationaal en internationaal niveau. Ministers hebben daarbij veel profijt van het onderlinge contact.

Het is in Nederland, ook in vergelijking met het effect van de vorige review, die bijna 20 jaar geleden plaatsvond en veel impact had, wel erg stil. Dat betreft overigens ook de reacties vanuit bijvoorbeeld de koepelorganisaties. Tegelijkertijd worden er wel verschillende beleidsinitiatieven aangekondigd die in lijn zijn met de aanbevelingen van de OESO. Toch een gemiste kans voor een breder debat. Bovendien dreigt Nederland zich op deze manier aan het internationale debat te onttrekken. Dat was vroeger wel anders. Maar de minister zal zich ongetwijfeld realiseren dat het hoger onderwijs als beleidsterrein een sterk internationale dimensie heeft. De OESO dringt er ook op aan dat het Nederlandse hoger onderwijs beter op de globalisering, de internationale concurrentie en de kansen in de Europese context moet worden ingericht.

Het was wellicht voor OCW lastig dat het zelf bekritiseerd wordt. Maar dat mag geen reden voor terughoudendheid zijn. Het ministerie heeft tenslotte een systeem van toezicht ingericht dat er van uit gaat dat de instellingen en de mensen die daarin werken zich op hun kwaliteit laten beoordelen en zich daar vervolgens iets van aan trekken. Dan moet het daar zelf ook toe in staat zijn.

[Met dank aan Nether-nieuws, 9e editie, juni 2007]

vrijdag, juli 06, 2007

BRITS KENNISMINISTERIE.


ScienceGuid meldt:
Brown creeert kennisministerie
Op zijn eerste werkdag heeft premier Brown het ministerie van Onderwijs gesplitst. John Denham wordt minister van hoger onderwijs, innovatie en beroepsonderwijs, Ed Balls wordt als Engelse Rouvoet verantwoordelijk voor kinderen, scholen en gezinnen.

John Denham studeerde scheikunde aan de Universteit van Southampton, waar hij in 1976-1977 voorzitter was van de Student Union. De Student Union royeerde hem enkele jaren geleden als lid voor het leven, omdat hij als parlementarier zijn steun gaf aan de verhoging van collegegelden.

Onder Blair vervulde hij een reeks kabinetsposten op de ministeries van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken. In maart 2003 trad hij af vanwege de oorlog in Irak. Onder Blair kreeg hij daarna geen minsterspost meer. Als voorzitter van de invloedrijke Home Affairs Select Commissie oefende hij regelmatig kritiek uit op Blair.

Denhams weblog meldt:
John Denham has been appointed to Gordon Brown's first cabinet as Secretary of State for Innovation, Universities and Skills.

John Denham said:

I am delighted to have been asked by Gordon Brown to set up this new Department. Its work will be vital to Britain-s future economic success and to the hopes of millions of people that they can gain more fulfilling and better rewarded jobs.

The Department-s work on skills, universities and innovation will touch many parts of the lives of Southampton people, from those who struggle to find work at the moment because they don-t have the right skills, to the world-class researchers in our two universities.

In a written Parliamentary answer, Gordon Brown explained the new department:

In the years ahead, countries will increasingly derive their competitive edge from the speed with which they are able to innovate, building on a world-class research base, creating new products and markets and driving enterprise and efficiency. Seizing these new opportunities will also require a world-class skills base; both through the expansion of high-end graduate skills, but also by raising the skills of the wider adult workforce, including those currently unskilled.

To ensure that Britain is equipped to meet these challenges I am today announcing the formation of a new Department for Innovation, Universities and Skills (DIUS).

The new Department will be responsible for driving forward delivery of the Government-s long-term vision to make Britain one of the best places in the world for science, research and innovation, and to deliver the ambition of a world-class skills base.

It will therefore assume responsibility from the Department of Trade and Industry (DTI) for science and innovation, including ensuring world-class research and increased business innovation. The Department will oversee the science budget, which will remain ring-fenced and the dual support system for funding will be retained. A new Office of the Chief Scientific Adviser will be created within the Department.

The new Department will also assume responsibility for ensuring that the UK has the skilled workforce it needs to compete in a global economy.

The Department will, therefore, be responsible for the development, funding and performance management of higher education (both teaching and research) and further education, working closely with the Department for Children, Schools and Families. The Department will also be responsible for taking forward the Government-s wider skills agenda, including the implementation of Lord Leitch-s Review of Skills, published last year.

maandag, juli 02, 2007

HBO docent moet kennis vergroten

zondag, juli 01, 2007

Afscheid van Ronnie Pieters





Ronnie Pieters heeft afscheid genomen van de CHN. Hij gaat bij het Noordpoort College (Groningen) werken. Ronnie: veel dank en succes in het Groningse!

Zes min en meeste buitenland.

NRC Handelsblad meldt:
Nederlandse student al blij met een zesje.

Een overgrote meerderheid van de Nederlandse studenten aan universiteiten neemt bij het afleggen van tentamens genoegen met een krappe voldoende. Uit Europees onderzoek onder studenten uit tien verschillende landen blijkt dat Nederlanders het vaakst tevreden zijn met een zesje.

Dat staat in de gepubliceerde WO-Monitor, een rapport van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten waarin de kwaliteit van academici wordt geanalyseerd. Van de bijna duizend afgestudeerden die in Nederland werden ondervraagd, stelde 34 procent zo hoog mogelijk cijfers te willen halen. In de andere landen zijn studenten meer gebrand op het halen van hoge cijfers.

Het gemiddelde van de tien onderzochte landen lag op 59 procent. Spaanse studenten zijn het fanatiekst: 71 procent gaf aan grote waarde te hechten aan hoge cijfers. De cijfers suggereren dat het studiegedrag van de Nederlandse studenten vooral gericht is op het halen van tentamens, zo stelt het rapport. Dit in tegenstelling tot de overige landen, waar een meerderheid van de studenten zich verder in de stof heeft willen verdiepen en/of hoge cijfers heeft willen halen.

Uit het onderzoek blijkt dat Nederlandse studenten, in vergelijking met Europese studiegenoten, tijdens hun studie de meeste buitenlandse ervaring opdoen. (ANP)